Practicum Krachtmeters



Materiaal:

▪ statief met dubbelklem en een houder voor de krachtmeter.

 

▪ drie krachtmeters:

  één met bereik 0 – 1 N

  één met bereik 0 – 3 N

  één met bereik 0 – 10 N 

 

▪ tien verschillende voorwerpen, zoals een schaar, balpen,

  paperclip, puntenslijper, etui en nog wat spullen.


  1. Hang een voorwerp aan de krachtmeter met het meetbereik van 0 – 10 N.

 

2. Als de krachtmeter meer dan 3 N aanwijst, dan noteer je de meting in de tabel.

 

3. Als de krachtmeter minder dan 3 N aangeeft, dan meet je met de krachtmeter met een meetbereik van 0 tot 3 N.

 

4. Als de krachtmeter minder dan 1 N aangeeft, dan meet je met de krachtmeter met een meetbereik van 0 tot 1 N.

 

 

 

 

 

5. Meet op dezelfde manier alle andere voorwerpen.

    Neem de tabel hiernaast over.

    Schrijf je meetresultaten in de tabel.

 

6. Conclusie:

Om de zwaartekracht zo nauwkeurig mogelijk te meten,

moet je een krachtmeter gebruiken met __________